Sign. - Toepasselijkheid BBA ondanks dat werknemer niet terugvalt op de Nederlandse arbeidsmarkt


Werknemer is vanaf 1994 in dienst bij werkgever als internationaal vrachtwagenchauffeur. Op 20 maart 2009 wordt hij op staande voet ontslagen wegens vermeende overtredingen van de regelgeving omtrent de rij- en rusttijden. Werknemer roept de nietigheid van het ontslag in en vordert loon. Werkgever voert onder meer als verweer dat het BBA niet van toepassing is, nu de belangen van de Nederlandse arbeidsmarkt niet voldoende bij het ontslag betrokken zijn (werknemer bezit de Duitse nationaliteit, woont in Duitsland, werkte voor zijn dienstverband met werkgever bij een niet-Nederlandse werkgever, werkte bij werkgever voornamelijk in Duitsland en Oostenrijk, werknemer moet in Duitsland een uitkering aanvragen en valt na zijn ontslag niet terug op de Nederlandse arbeidsmarkt). De kantonrechter oordeelt dat er geen sprake is van een dringende reden. De vraag is echter of werknemer een beroep op art. 6 BBA toekomt. In de jurisprudentie is een bestendige lijn ontwikkeld op basis waarvan werd geoordeeld dat het antwoord op de vraag of het BBA van toepassing is afhangt van de mate van betrokkenheid van de sociaaleconomische verhoudingen in Nederland en in het bijzonder de belangen van de Nederlandse arbeidsmarkt bij de onderwerpelijke arbeidsovereenkomst en het ontslag. De kantonrechter overweegt dat het doel van het BBA tot bescherming van de Nederlandse arbeidsmarkt inmiddels verregaande relativering behoeft. Het is achterhaald om nog te spreken over de belangen van de Nederlandse arbeidsmarkt. Het doel van het BBA om aan de werknemer bescherming tegen ongerechtvaardigd ontslag te bieden, verdient tegenwoordig de nadruk. Gelet daarop kan geen doorslaggevende betekenis worden toegekend aan de omstandigheid dat werknemer bij rechtsgeldig ontslag niet zou terugvallen op de Nederlandse arbeidsmarkt. Uitgaande van de hiervoor weergegeven…

Verder lezen
Terug naar overzicht