Sign. - Toepassing bestuurlijke lus


De AFM heeft A BV een boete opgelegd wegens overtreding van art. 4:19 lid 2 Wft, deze beslissing in de bezwaarfase gehandhaafd en besloten tot openbaarmaking daarvan. in een tweede besluit heeft de AFM besloten de beslissing in het aanvankelijke besluit tot vroegtijdige openbaarmaking ex art. 1:97 Wft te handhaven. Na de bezwaarfase is A tegen beide besluiten in beroep gekomen. in art. 4:19 lid 2 Wft is bepaald dat de door een beleggingsonderneming aan cliënten verstrekte informatie correct, duidelijk en niet misleidend is. De AFM is tot de conclusie gekomen dat A BV dit artikel heeft overtreden, omdat in de televisiereclameboodschap in 2010 is nagelaten de specifieke risico's die aan het product zijn verbonden te vermelden. in haar uitspraak tussen partijen van 1 december 2011 («JOR» 2012/18) heeft de rechtbank ter zake van de oplegging van een last onder dwangsom door de AFM aan A geoordeeld dat de AFM op goede gronden tot het oordeel is gekomen dat A art. 51a lid 1 Bgfo heeft overtreden. De rechtbank ziet in navolging van de voorzieningenrechter (1 december 2011, «JOR» 2012/80) geen aanleiding om thans tot een ander oordeel te komen. Omdat de inhoudelijke normstelling van art. 51a lid 1 Bgfo niet verschilt van art. 4:19 lid 2 Wft, doch daar slechts een concrete invulling aan geeft, staat ook vast dat A art. 4:19 lid 2 Wft heeft overtreden. Gelet op de relatie tussen deze bepalingen was het voor A voldoende bepaalbaar wat onder "duidelijk" in de zin van art. …

Verder lezen
Terug naar overzicht