Sign. - Toepassing lijfsdwang bij achterstand alimentatie toegestaan


Het huwelijk tussen M en V is in 2011 door echtscheiding ontbonden. M heeft nimmer, ook niet gedeeltelijk, voldaan aan zijn alimentatieverplichting jegens V (€ 500 per maand), zoals die hem op 14 september 2010 en 14 juni 2011 door de rechtbank is opgelegd en in hoger beroep door het hof is bekrachtigd. V vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voormelde alimentatie-uitspraken uitvoerbaar bij lijfsdwang te verklaren.
V voert aan dat M nooit enig bedrag heeft betaald en niet reageert op haar betalingsverzoeken. Executoriale beslagen op de bankrekening van M hebben geen doel getroffen. Volgens V is toepassing van lijfsdwang op dit moment het enig werkende middel om M tot betaling van de vastgestelde alimentatie te bewegen. Het spoedeisend belang is gelegen in het feit dat zij volledig afhankelijk is van een WWB-uitkering, aldus V.
M betwist dat sprake is van spoedeisend belang. Verder voert M aan dat sprake is van betalingsonmacht; zijn onderneming heeft het afgelopen half jaar vanwege de recessie geen omzet gehad en hij heeft meerdere schulden.
V heeft al sinds 2010 recht op een bijdrage in de kosten voor haar levensonderhoud. Gesteld noch gebleken is dat haar behoeftigheid geheel of gedeeltelijk is verminderd. V heeft geen eigen inkomsten uit arbeid en is aangewezen op de onderhoudsbijdrage. De voorzieningenrechter acht deze omstandigheden voldoende om een spoedeisend belang bij de gevraagde voorzieningen aan te nemen. Het feit dat V thans een (volledige) uitkering krachtens de WWB ontvangt, maakt dit oordeel niet anders.
Vaststaat dat M niet vrijwillig, ook niet gedeeltelijk, heeft voldaan aan zijn onderhoudsverplichting jegens V, zoals die hem bij…

Terug naar overzicht