Sign. - Toepassing van art. 6:89 BW (III)


Grove c.s. verwijten de bank dat het geadviseerde beleggingsvoorstel niet paste bij hun cliëntenprofiel en dat zij grove c.s. niet heeft gewaarschuwd voor de daaraan verbonden risico's. Het hof heeft voor recht verklaard dat de bank jegens grove c.s. toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de haar betamende zorg en de bank veroordeeld tot vergoeding van de door grove c.s. geleden en te lijden schade. Het hof heeft geoordeeld dat aan grove c.s. toe te rekenen omstandigheden voor 50% tot hun schade hebben bijgedragen, zodat de vergoedingsplicht van de bank met dat percentage moet worden verminderd. De klacht tegen het oordeel van het hof dat grove c.s. tijdig hebben geklaagd over het gebrekkige advies van de bank en dat het beroep van de bank op art. 6:89 BW dus faalt, faalt. Bij de beantwoording van de vraag of tijdig is geprotesteerd, moet acht worden geslagen op alle relevante omstandigheden. Terecht heeft het hof hiertoe mede de aard van de dienstverlening gerekend en hierbij mede in aanmerking genomen dat het in dit geval gaat om een adviesrelatie met de bank als een bij uitstek deskundige partij, die vanwege haar deskundigheid om advies wordt verzocht, waarbij de cliënt in beginsel mag afgaan op het oordeel van die deskundige partij. De bank bestrijdt verder het oordeel van het hof dat indien zij haar waarschuwingsplicht zou zijn nagekomen, grove c.s. hun vermogen op andere wijze zouden hebben belegd. Uit hetgeen het hof omtrent de tekortkoming van de bank heeft overwogen, ziet het oordeel van het hof daarop…

Verder lezen
Terug naar overzicht