Sign. - Toepassing van de dwalingsleer op besluiten van rechtspersonen


 

De schrijver gaat in op de vraag of een besluit van een privaatrechtelijke rechtspersoon kan worden vernietigd door toepassing van de dwalingsleer uit Boek 6 BW, een vraag waarover de meningen in de literatuur verdeeld zijn. De schrijver behandelt de vraag eerst met betrekking tot besluiten van de algemene vergadering van aandeelhouders van een kapitaalvennootschap en doet dat voornamelijk door te bezien hoe de dwalingsleer zou worden toegepast bij deze besluiten en welke vereisten voor een beroep op dwaling dan zouden gelden. Aldus onderzoekt hij of de eigen aard van het besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders zich daadwerkelijk tegen vernietiging op grond van dwaling verzet. Vervolgens onderzoekt hij zijn vraag in relatie tot besluiten van andere organen van de rechtspersoon, in het bijzonder het bestuur en de raad van commissarissen van de kapitaalvennootschap. Tot slot staat hij stil bij de meer procedurele aspecten van toepassing van de dwalingsleer op besluiten. De schrijver komt tot de conclusie dat toepassing van de dwalingsleer op de verschillende besluiten niet op grote complicaties stuit en concludeert dat bij dwaling ook op grond van de regeling van Boek 6 BW vernietiging van het besluit kan worden gevorderd.
(WPNR 2013/6964, prof. mr. A.F. Verdam)

 

Verder lezen
Terug naar overzicht