Sign. - Toestemming geen constitutief vereiste


 

Toestemming van zijn (toenmalige) echtgenote is geen constitutief vereiste voor het aangaan van een geldige borgstelling door appellant. als die toestemming was vereist maar niet is gegeven, heeft de echtgenote van appellant in beginsel wel de bevoegdheid de borgstelling te vernietigen. Uit de eigen stellingen van appellant volgt evenwel dat de echtgenote van die bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt en dat ook niet wil doen. Daarvan uitgaande hoeft niet te worden vastgesteld of voor de onderhavige borgstelling de toestemming van de echtgenote wel was vereist en wie de akte van borgstelling al of niet naast appellant heeft ondertekend. Ook als het aan de bank is te wijten of toe te rekenen dat de echtgenote de borgstelling niet heeft ondertekend, brengt dat niet mee dat appellant niet aan de borgstelling is gebonden. Die omstandigheid leidt namelijk niet tot een totstandkomingsgebrek. Voor een geldige borgstelling is in beginsel voldoende dat deze door appellant en de bank is overeengekomen. De door appellant genoemde omstandigheden kunnen ook niet tot de conclusie leiden dat de vordering van de bank tot nakoming van de borgstelling moet worden afgewezen op grond van art. 6:2, 6:248 lid 2 of 6:162 BW of wegens strijd met de openbare orde.

 

(Hof Amsterdam 5 februari 2013, LJN BZ5032, «JOR» 2013/186, m.nt. mr. J. Atema, tevens behorend bij «JOR» 2013/185)

 

Verder lezen
Terug naar overzicht