Sign. - Toetsingskader vergunninghouder interlandelijke adoptie


De Inspectie Jeugdzorg vindt het belangrijk dat vergunninghouders interlandelijke adoptie zorgen voor een zorgvuldige en zuivere adoptieprocedure waarin het belang van het adoptiekind voorop staat. Daarom heeft zij een toetsingskader voor onderzoeken bij vergunninghouders interlandelijke adoptie vastgesteld. Om tot een zorgvuldig en kwalitatief verantwoord adoptieproces te komen, vindt de Inspectie het belangrijk dat:
1. de vergunninghouder een volledig beeld van de wijze van werken van de buitenlandse partnerorganisatie heeft voordat de bemiddelingsrelatie wordt aangegaan en bij voortduring informatie te verzamelen over de betrouwbaarheid van de buitenlandse partnerorganisatie;
2. de vergunninghouder zich een compleet, actueel en betrouwbaar beeld van het kind vormt en aan de hand daarvan een concreet kindprofiel opstelt;
3. de vergunninghouder beschikt over de complete en actuele gegevens van de aspirant-adoptiefouders en op grond daarvan zij een concreet ouderprofiel opstelt;
4. de vergunninghouder tot een zorgvuldige matching komt waarbij wordt beoordeeld of de specifieke aspirant-adoptiefouders (gezien het ouderprofiel) bieden wat het kind (gezien zijn/haar profiel) nodig heeft.
Ten aanzien van iedereen die een bijdrage levert aan de totstandkoming van de adoptie verwacht de Inspectie dat er na de feitelijke adoptie zicht is op hoe het met het kind gaat. Een gestructureerde vorm van begeleiding en nazorg als standaardonderdeel van de adoptieprocedure verkleint het risico dat problemen niet op tijd worden onderkend en er te lang wordt gewacht met het inschakelen van hulp.
De eisen aan vergunninghouders zijn gebaseerd op geldende wet- en regelgeving, het kwaliteitskader van de vergunninghouders en inzichten die de Inspectie heeft opgedaan tijdens het toetsen van vergunninghouders. Bij toekomstige onderzoeken naar het functioneren van het vergunninghouders wordt dit toetsingskader als uitgangspunt gebruikt…

Terug naar overzicht