Sign. - Toewijzing artikel 1:160 BW-verzoek


M en V zijn in 1986 met elkaar gehuwd, welk huwelijk in 2010 door echtscheiding is ontbonden.
M betaalt thans € 16.922,55 per maand aan partneralimentatie.
M verzoekt te bepalen dat zijn alimentatieverplichting jegens V op grond van artikel 1:160 BW ten einde is gekomen, omdat V samenwoont met de heer X als waren zij gehuwd. M staaft zijn bewering met een rechercherapport.
De toets van artikel 1:160 BW omvat vijf cumulatieve vereisten waaraan moet zijn voldaan alvorens te kunnen concluderen dat sprake is van samenwonen als waren zij gehuwd, met de daaraan in artikel 1:160 BW verbonden sanctie van verval van het recht alimentatie. Naar vaste rechtspraak is vereist (1) dat tussen de samenlevenden een affectieve relatie bestaat (2) van duurzame aard die (3) meebrengt dat de gescheiden echtgenoot en die ander elkaar wederzijds verzorgen, (4) met elkaar samenwonen en (5) een gemeenschappelijke huishouding voeren (HR 3 juni 2005, LJN AS5961). V erkent een affectieve relatie te hebben met X, maar ontkent dat deze relatie – zoals M stelt – al in 2006 bestond. Volgens V is haar relatie met X pas in 2009 ontstaan. De rechtbank stelt daarmee vast dat tussen V en X sprake is van een affectieve relatie van duurzame aard, nu deze in ieder geval al meer dan drie jaar bestaat.
De rechtbank overweegt dat het hebben van een affectieve relatie in beginsel met zich brengt dat partners op gezette tijden samen activiteiten ondernemen. Bovendien heeft in het algemeen te gelden dat naar mate een relatie langer voortduurt, de wederzijdse betrokkenheid op…

Verder lezen
Terug naar overzicht