Sign. - Turboliquidatie


Ongo BV is ontbonden nadat beslag op haar aandelen was gelegd en verlof tot verkoop van de aandelen was verzocht. Vraag is of er al dan niet baten bestonden ten tijde van de ontbinding. Uit art. 2:19 lid 4 en 5 BW en art. 2:23c lid 1 BW volgt dat een rechtspersoon na zijn ontbinding slechts ophoudt te bestaan indien hij op het tijdstip van zijn ontbinding geen (bekende) baten meer heeft. De omstandigheden van het geval brengen met zich dat op l een verzwaarde stelplicht rust met betrekking tot de vraag of Ongo op dat moment nog baten had, nu l eerst nadat er executoriaal beslag op de aandelen in Ongo was gelegd en op de voet van art. 474g Rv verlof tot verkoop van die aandelen was verzocht, heeft besloten tot ontbinding van Ongo. Bovendien heeft l geen (door een accountant opgestelde) jaarstukken gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel en beschikt zij (in tegenstelling tot geïntimeerde) over de boekhouding van Ongo. l heeft niet aan haar verzwaarde stelplicht voldaan. Omdat zij dat niet heeft gedaan, moet het er in de onderhavige procedure voor worden gehouden dat Ongo ten tijde van haar ontbinding nog baten had en derhalve (tot op heden) is blijven voortbestaan. Het standpunt van l wordt verworpen dat de mogelijkheid dat aldus aandelen worden verkocht van een vennootschap waarvan uiteindelijk zal komen vast te staan dat die (bij gebrek aan baten) reeds niet meer bestond, in de weg staat aan toewijzing van de vordering. Niet valt in te zien dat dit fundamenteel anders is dan het geval waarin een ontbonden rechtspersoon op…

Verder lezen
Terug naar overzicht