Sign. - Uitkoop DIM – vaststelling prijs aandelen


Naar het oordeel van de Ondernemingskamer kan in dit geval ter bepaling van de waarde van de aandelen niet worden aangeknoopt bij de biedprijs. Er is sprake van een aanzienlijk tijdsverloop sinds de gestanddoening van het openbaar bod op 26 maart 2010. Daar komt bij dat gedaagden VEB en Wyler c.s. gemotiveerd hebben gesteld dat de gepubliceerde intrinsieke waarde van de aandelen DIM Vastgoed NV (DIM) sinds de gestanddoening van het bod is gestegen en dat de vastgoedmarkt in de VS in het algemeen sindsdien is verbeterd. Southeast c.s. hebben daar tegen ingebracht dat die intrinsieke waarde telkens onder de biedprijs blijft en dat het positieve beeld dat geschetst wordt van DIM, genuanceerd moet worden omdat de bezettingsgraad van het door haar verhuurde onroerend goed en de netto huuropbrengsten teruglopen. Dit betoog neemt niet weg dat onvoldoende is komen vast te staan dat sinds de gestanddoening van het openbaar bod zich geen omstandigheden of gebeurtenissen hebben voorgedaan die een hogere prijs dan de door Southeast c.s. gevorderde prijs zouden rechtvaardigen. Ook overigens bestaan er onvoldoende aanknopingspunten aan de hand waarvan de Ondernemingskamer de prijs aanstonds zelfstandig kan vaststellen. De Ondernemingskamer beveelt een onderzoek door drie nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken deskundigen naar de waarde van de over te dragen aandelen in het geplaatste kapitaal van DIM. De deskundigen moeten de waarde van de aandelen per een zo recent mogelijke datum bepalen door middel van een methode die binnen de professie algemeen is aanvaard voor de bepaling van de waarde van een (thans) niet beursgenoteerd vastgoedfonds. (Hof Amsterdam (OK) 31 januari 2012, LJN BV7328, «JOR…

Verder lezen
Terug naar overzicht