Sign. - Uitleg achterstelling


De gevolgen van een tussen schuldeisers (eiseressen), schuldenaar (Kamperduin) en financier (de bank) gesloten overeenkomst ex art. 3:277 lid 2 BW – die bepaalt dat de vordering van eiseressen jegens de bank een lagere rang neemt dan de wet hun toekent, zijn afhankelijk van wat partijen in het concrete geval zijn overeengekomen. Voor de betekenis en de juridische gevolgen van de onderhavige achterstelling zal moeten worden gelet op de omstandigheden van het geval, het doel en de bewoordingen van de overeenkomst van achterstelling, waarbij de betekenis van de contractuele bepalingen wordt bepaald door de zin die partijen daaraan in de gegeven omstandigheden over en weer mochten toekennen en door hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Op zich staat vast dat de intentie van partijen ten tijde van het sluiten van de overeenkomst van achterstelling gericht was op het afbouwen en het tot exploitatie laten komen van het project. Ondanks deze intentie is er kennelijk uitdrukkelijk voor gekozen om de achterstelling te laten voortduren tot de bouw van het project was voltooid en niet tot het moment dat daadwerkelijk tot exploitatie zou worden overgegaan. Dit laat dan ook de mogelijkheid open dat na de voltooiing van de bouw Kamperduin op een andere wijze aan middelen zou komen om tot aflossing van haar schulden aan eiseressen en de bank over te gaan. De stelling dat de bank op deze wijze feitelijk altijd zou opdraaien voor de betaling van de achtergestelde vordering zodat van een risicoverdeling geen sprake meer is, wordt niet gevolgd. Nu de schuld van de bank hoger is van € 4.000.000, dient op basis van art. …

Verder lezen
Terug naar overzicht