Sign. - Uitleg van artikel 2.6.4 van het Procesreglement Verzoekschriftprocedures Familiezaken Gerechtshoven


De uitleg die de advocaat van de man aan artikel 2.6.4 van het procesreglement geeft, is volgens het hof onjuist. Deze doet in de onderhavige zaak (enkel) een beroep op het tweede criterium van artikel 824 lid 2 Rv, inhoudende dat een beschikking inzake voorlopige voorzieningen kan worden gewijzigd of ingetrokken, indien bij het geven van de beschikking in zodanige mate van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan, dat, alle betrokken belangen in aanmerking genomen, de voorziening niet in stand kan blijven. Deze grond – wat daar verder ook van zij – valt echter niet onder het bereik van artikel 2.6.4 van het procesreglement. Voormeld artikel is slechts bedoeld om in lopende appelprocedures een wijziging van een (door de rechtbank vastgestelde) voorlopige voorziening te verzoeken op basis van een wijziging van omstandigheden die na de rechterlijke uitspraak in eerste aanleg en gedurende de procedure in hoger beroep is opgetreden, derhalve een nieuwe omstandigheid. Artikel 2.6.4 ziet naar het oordeel van het hof niet (mede) op de situatie dat (enkel) beoogd wordt bij het hof te betogen dat bij het geven van de beschikking voorlopige voorzieningen door de rechtbank in zodanige mate van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan dat, alle betrokken belangen in aanmerking genomen, de voorziening niet in stand kan blijven. Immers, alsdan zou artikel 2.6.4 van het procesreglement in strijd zijn met het appelverbod van artikel 824 lid 1 Rv. Een wijziging van omstandigheden als hiervoor bedoeld, is in de onderhavige zaak noch gesteld noch gebleken. Nu artikel 2.6…

Terug naar overzicht