Sign. - Uitleg voorkeursrecht van koop voormalige echtelijke woning in echtscheidingsconvenant


M en V waren van 1965 tot 1995 in algehele gemeenschap van goederen gehuwd en hebben zes (inmiddels volwassen) kinderen, onder wie zoon Z. In 1995 hebben M en V, in verband met hun voorgenomen echtscheiding, een echtscheidingsconvenant gesloten. De daarin opgenomen verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap houdt onder meer in dat aan V de voormalige echtelijke woning wordt toegedeeld en aan M het daarachter gelegen weiland. Artikel 1.1.2 van het convenant luidt als volgt: 'Indien en voor zover de vrouw na effectuering van de scheiding en deling op enig tijdstip besluit de woning met garage en tuin te verkopen, verbindt zij zich reeds nu voor alsdan om de woning met garage en tuin aan de man te koop aan te bieden voor een bedrag van f 225.000,00 k.k. (...), tenzij de vrouw op dat zelfde tijdstip de mogelijkheid heeft om de woning met garage te verkopen en te leveren aan één of meerdere uit dit huwelijk geboren meerderjarige kinderen en daarbij kan bedingen dat zij het recht van gebruik en bewoning van deze woning, althans van een deel van de woning, behoudt. Indien en voor zover de man niet binnen vier weken het aanbod van de vrouw heeft aanvaard, staat het de vrouw vrij om de woning met garage aan een derde te verkopen.'
V vertrekt in april 2010 uit de woning. Zij verkoopt en levert de woning voor € 126.000 aan Z. In de leveringsakte is ten behoeve van V een levenslang recht van gebruik en bewoning van de woning opgenomen. Z zet vervolgens de woning te koop voor € 349.000.

Terug naar overzicht