Sign. - Uitoefening instemmingsrechten bij verpanding


In het kader van financieringstransacties kan worden bedongen dat door een leningnemer (pandgever) een pandrecht wordt verleend op aandelen in een bv ter zekerheid van de nakoming van financiële verplichtingen jegens de financier (pandhouder). Zolang er geen sprake is van een tekortschieten in de nakoming (event of default) door de pandgever, blijft deze binnen bepaalde grenzen bevoegd de aan de verpande aandelen verbonden rechten, zoals stemen vergaderrechten en het recht tot inning van uitkeringen, uit te oefenen. De pandhouder kan deze rechten pas uitoefenen bij een event of default. De Wet flexbv introduceert een aantal nieuwe instemmingsrechten. In de wetsgeschiedenis van de Wet flexbv is het vraagstuk of deze instemmingsrechten al dan niet onder opschortende voorwaarde aan een pandhouder kunnen toekomen, onderbelicht gebleven. De schrijvers bespreken deze vraag. Bij de beantwoording moet onderscheid gemaakt worden tussen instemmingsrechten die toekomen aan vergadergerechtigden en instemmingsrechten die toekomen aan aandeelhouders.
(O&F 2013, nr. 2, p. 33, mr. G.M. Portier en mr. M.E.A. van Loenhoud)

Verder lezen
Terug naar overzicht