Sign. - Uitsluiting hoger beroep bij ontbinding arbeidsovereenkomst naar Nederlands recht in België


Begin februari 2005 heeft de werkgever, een in Maastricht gevestigd bedrijf, de werknemer – in dienst sinds 1 juli 1989 als benchworker fuels tegen een salaris van laatstelijk € 2.607,= bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en bonussen – op non-actief gesteld. Vervolgens heeft de werkgever, nu de werknemer in België woont, de Arbeidsrechtbank te Tongeren verzocht om de arbeidsovereenkomst ex art. 7:685 BW te ontbinden. De arbeidsrechtbank heeft dit gedaan per 31 augustus 2006. Vervolgens heeft de arbeidsrechtbank bij vonnis van 21 december 2006 de werkgever veroordeeld om aan de werknemer een vergoeding van € 26.836,15 te betalen. De werknemer heeft tegen deze vonnissen hoger beroep aangetekend bij het Arbeidshof Antwerpen. De werknemer stelt daartoe dat het Belgische procesrecht van toepassing is en dat op grond hiervan hoger beroep openstaat. De werkgever stelt dat de Belgische rechter de Nederlandse regeling van art. 7:685 lid 11 BW (geen hoger beroep) moet toepassen.
Naar het oordeel van het Arbeidshof moet de vordering van de werknemer op procedureel vlak worden behandeld op basis van de regels van het Belgische recht, waarbij dan wel zoveel mogelijk rekening moet worden gehouden met de specificiteit en eigenheid van de buitenlandse rechtsfiguur, in casu de Nederlandse, waarover uitspraak moet worden verleend. Dat betekent echter niet dat naar Belgisch recht zonder meer een recht op hoger beroep bestaat. Art. 616 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat tegen ieder vonnis hoger beroep kan worden ingesteld, “tenzij de wet anders bepaalt”. Onder de wet moet in dit geval ook verstaan worden de Nederlandse wet…

Verder lezen
Terug naar overzicht