Sign. - Uittreding en IPR


Property Master Europe Group BV (PME) en Victoria Immobilien Management GmbH (VIM, een 100%dochter van MEaG Munich Ergo assetmanagement GmbH, MEaG) zijn aandeelhouders van associated asset Management Corporation BV (aaMC). PME vordert in de hoofdzaak VIM te veroordelen tot overname van de aandelen die PME houdt in het kapitaal van aaMC, primair op grond van een joint Venture Overeenkomst, subsidiair op grond van art. 2:343 lid 1 BW. VIM en MEaG vorderen in het incident dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. De bevoegdheid ten aanzien van VIM – Joint Venture Overeenkomst Ingevolge art. 23 lid 1 EEXVo is de door partijen aangewezen rechter exclusief bevoegd. VIM wijst er echter terecht op dat PME geen partij was bij de joint Venture Overeenkomst maar dat deze overeenkomst met VIM is gesloten door haar 'rechtsvoorgangster' WPM Investment. als aandeelhoudster van WPM Investment is PME niet dezelfde rechtspersoon als WPM Investment en derhalve niet de partij waarmee VIM de joint Venture Overeenkomst heeft gesloten. De rechtbank is niet bevoegd om kennis te nemen van de vordering op de primaire grondslag. De bevoegdheid ten aanzien van VIM – uittreding Gelet op art. 1 EEXVo is deze verordening ook van toepassing waar het betreft de bevoegdheid tot kennisneming van de vordering tot overname van de aandelen door VIM ex art. 2:343 BW, zodat de bevoegdheid van de rechtbank niet kan worden ontleend aan art. 2:336 lid 3 BW. De geschillenregeling valt wellicht niet naar de letter onder art. 22 lid 2 EEXVo maar moet, mede op grond van de rechtseenheid en rechtszekerheid, wel onder de…

Verder lezen
Terug naar overzicht