Sign. - Vaststelling schade kennelijk onredelijk ontslag


In een procedure ter zake de vaststelling van schade bij kennelijk onredelijk ontslag heeft de kantonrechter werknemer verzocht bij akte maandelijkse loonstroken van zijn nieuwe werkgever in het geding te brengen. Werknemer vraagt zich af waarom de niet voorziene nieuwe werkkring relevant is voor de schadebepaling. Met betrekking tot de schade die voortvloeit uit het kennelijk onredelijke ontslag, is de kantonrechter van oordeel dat de door de Hoge Raad (NJ 1995, 451 en NJ 1999, 266) bedoelde latere omstandigheden waarmee rekening kan worden gehouden niet alleen zien op de beoordeling van de kennelijke onredelijkheid van de opzegging, maar ook op de schade die daaruit voortvloeit (HR 8 april 2011, NJ 2011, 168). De schade ten aanzien van de inschatting wanneer weer passend werk wordt gevonden, is uit haar aard lastig te bepalen, nu het immers van vele factoren afhangt, zoals de economische situatie, de vaardigheden en kennis van de werknemer, zijn leeftijd en zijn sollicitatievaardigheid. Daarnaast kan de schade aanzienlijk zijn beperkt doordat daadwerkelijk al korte tijd na de opzegging een andere baan wordt gevonden. Dit lijkt in dit geval ook zo te zijn. De kantonrechter acht geïndiceerd dat, gezien de ernst van de opzegging, de werkgever het loon en de secundaire arbeidsvoorwaarden van werknemer gedurende een periode van twee jaar aanvult tot 100%. Bovendien dient hij over de maanden augustus en september 2010 en de laatste drie maanden van 2010 de WW-uitkering onder aftrek van wat in november en december 2010 verdiend is aan te vullen tot 100%. De schadevergoeding wordt derhalve vastgesteld op € 8.500 bruto.

(Ktr. Utrecht 25 mei 2011, …

Verder lezen
Terug naar overzicht