Sign. - Vaststellingsovereenkomst anders dan om niet aangegaan


Gedaagde betwist dat zij gehouden is tot enige betaling aan failliet aangezien zij tegen finale kwijting een vaststellingsovereenkomst heeft gesloten, waaraan zij heeft voldaan. De curator heeft op grond van art. 42 Fw de vernietiging van de regeling ingeroepen. Nu failliet en gedaagde zijn overeengekomen dat zij elkaar over en weer finale kwijting verlenen en dus afstand hebben gedaan van hun recht om hun vorderingen in rechte op te eisen, is de regeling anders dan om niet gesloten. Vraag is daarom of degene met wie de schuldenaar de rechtshandeling verrichtte, ook wist of behoorde te weten dat daarvan benadeling van de schuldeisers het gevolg zou zijn (art. 42 lid 2 fw). Hoewel de regeling is getroffen binnen een jaar voor de faillietverklaring van failliet, geldt hier geen bewijsvermoeden in de zin van art. 43 fw, aangezien niet is voldaan aan de overige voorwaarden van dit artikel. De curator moet dan ook bewijzen dat er bij beide partijen sprake is van wetenschap van benadeling. Tegenover de betwistingen van gedaagde heeft de curator onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld waaruit volgt dat failliet op het moment dat zij de regeling sloot wist of behoorde te weten dat benadeling van de schuldeisers het gevolg van de regeling zou zijn. De enkele omstandigheid dat failliet geen financiële middelen had om een juridische procedure tegen gedaagde te voeren, is daarvoor onvoldoende. ook als failliet om deze reden tot de regeling heeft besloten, kan deze omstandigheid op zichzelf de conclusie dat failliet wist of behoorde te weten dat hij met de regeling de schuldeisers benadeelde niet dragen. Er is immers finale kwijting verleend, zodat niet kan worden uitgesloten dat failliet de…

Verder lezen
Terug naar overzicht