Sign. - Verbod verkoop woning


Indien de curator tot opeising van de woning en verkoop ex art. 58 lid 1 fw zou overgaan, kan aangenomen worden dat de bank haar voorrecht op de opbrengst geldend zal maken door haar vordering op de failliet ter verificatie in te dienen bij de curator. De bank heeft bij verkoop door de curator aanspraak op de gehele gerealiseerde verkoopopbrengst met dien verstande dat zij zal moeten delen in de omslag van de faillissementskosten. De (nog te maken) faillissementskosten zullen waarschijnlijk enkel zien op de werkzaamheden van de curator ten behoeve van de verkoop van de woning, nu de boedel thans een toereikend actief heeft om de thans gerealiseerde kosten van het faillissement te voldoen, waaronder het salaris van de curator, mits hij aan de verkoop van de woning niet veel meer tijd hoeft te besteden. Hieruit leidt de rechtbank af dat van de curator een spoedige afwikkeling van de faillissementen door opheffing bij gebrek aan baten te verwachten is. In redelijkheid is dan ook, mede gezien de slechte omstandigheden op de woningmarkt, niet op afzienbare termijn ofwel binnen de te verwachten looptijd van de faillissementen, te verwachten dat de verkoop door de curator op enigerlei wijze enig boedelactief voor de gezamenlijke crediteuren zal kunnen opleveren. Evenmin is thans de verkoop noodzakelijk om de thans gemaakte of de tot opheffing van de faillissementen nog te maken faillissementskosten te kunnen dekken. Al met al bestaat geen in redelijkheid te respecteren belang aan de zijde van de boedel of de curator om thans of in de nabije toekomst de woning te moeten opeisen om die te kunnen verkopen. De curator wordt verboden om de woning van de bank op te…

Verder lezen
Terug naar overzicht