Sign. - Verbod woning op te eisen


Van een in art. 67 lid 1 Fw van beroep uitgezonderde beschikking is geen sprake. Pas na het verstrijken van de termijn ex art. 58 lid 1 Fw heeft de bank de rechter-commissaris aangeschreven met het verzoek om het verkoopproces te mogen afronden. De rechter-commissaris heeft dit verzoek gehonoreerd. Nu de geboden termijn reeds was verstreken is geen sprake van een verlenging van de termijn ex art. 58 lid 1 fw. De brief van de rechter-commissaris van 7 maart 2012 moet worden gezien als een beschikking inhoudende een verbod om tot opeising van de woning over te gaan. Daarmee is het een beslissing waartegen appel openstond. De curator kan derhalve worden ontvangen in zijn beroep. De beslissing van de rechter-commissaris om de bank in de gelegenheid te stellen om het verkooptraject af te ronden, kan niet in stand blijven. Weliswaar heeft de curator niet voortvarend (maar eerst na drie weken)
gereageerd op het verzoek van de bank of de verkoop mocht worden geïnitieerd, maar daarachter kan de bank zich niet verschuilen. De bank is een redelijke termijn geboden en het is primair de taak van de bank om de voortgang van het verkoopproces te bewaken en daarbij voor haar van belang zijnde termijnen in acht te nemen. De curator heeft de bank schriftelijk op het bestaan van die termijnen gewezen en mogelijke consequenties bij het niet in acht nemen ervan aan de bank gemeld. Het had op de weg van de bank gelegen om voor het verstrijken van de termijn verlenging te vragen. Nu zij dat niet heeft gedaan, stond het de curator vrij de woning met…

Verder lezen
Terug naar overzicht