Sign. - Verboden onderscheid naar leeftijd


Werknemer, geboren in 1986, volgde een beroepsopleiding aan de Technische Universität Graz (TUG) en is er daarna in dienst getreden. Er is een oudere collega die eenzelfde beroepsopleiding volgde en daarna ook in dienst trad bij de TUG. De oudere collega heeft een hoger salaris dan werknemer. Voor de berekening van de ervaringsjaren op grond waarvan salaris wordt vastgesteld, worden ervaringsjaren vóór de 18-jarige leeftijd niet meegerekend. Werknemer zou een hoger salaris verdienen als zijn ervaringsjaren vóór zijn 18e zouden worden meegerekend. Werknemer stelt dat TUG een verboden onderscheid naar leeftijd maakt. Het Hof van Justitie EG (HvJ) toetst of de ter zake toepasselijke Oostenrijkse wet inderdaad een verboden onderscheid maakt op grond van leeftijd ingevolge Richtlijn 2000/78/EG. Het HvJ stelt vast dat daarvan inderdaad sprake is aangezien werknemer ongunstiger wordt behandeld dan zijn collega met dezelfde ervaring. Op grond van de richtlijn kan een dergelijk onderscheid objectief en redelijk worden gerechtvaardigd door een legitiem doel. Voorts moeten de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn. De vraag is dus of er een rechtvaardiging voor het onderhavig onderscheid naar leeftijd bestaat. Het HvJ overweegt dat met de Oostenrijkse regeling legitieme doelen worden nagestreefd (geen benadeling van personen die een algemene middelbareschoolopleiding hebben gevolgd omdat zij minder vaak beroepservaring hebben vóór hun 18e, het niet duurder maken van het leerlingenstelsel en het bevorderen van de integratie in de arbeidsmarkt van jongeren die een beroepsopleiding hebben gevolgd). Echter, het HvJ komt tot de conclusie dat de middelen die zijn gebruikt voor de verwezenlijking van de legitieme doelen niet passend en noodzakelijk zijn. Verder is…

Verder lezen
Terug naar overzicht