Sign. - Verboden onderscheid vergoeding zorgkosten


Von Chamier-Glisczinski, Duits staatsburger en woonachtig in München, ontving wegens haar hulpbehoevendheid verpleegzorg van de Krankenkasse "DAK". Zij verzocht DAK om de verstrekkingen van verpleegzorg waarop zij naar de Duitse regeling recht had, te laten verrichten in een verpleeghuis in Oostenrijk, waar zij zich wilde laten opnemen omdat haar echtgenoot voornemens was werk in Oostenrijk te zoeken. Dit verzoek werd door DAK afgewezen, aangezien het Oostenrijkse recht in situaties als die van Von Chamier-Glisczinski niet voorziet in verstrekkingen aan personen die bij zijn socialeverzekeringsregeling zijn aangesloten. DAK wilde bij verblijf in Oostenrijk slechts een beperkte toelage toekennen. Von Chamier-Glisczinski verbleef toch in een Oostenrijks verpleeghuis en vordert betaling van de kosten van DAK. De vraag doet zich voor of Von Chamier-Glisczinski krachtens art. 19 van Verordening 1408/71 recht heeft op een uitkering van de socialezekerheidsorganen van haar woonstaat (Duitsland), in situaties waarin de socialezekerheidsregeling van de staat waarin zij hulp krijgt (Oostenrijk), in afwijking van de regeling in de woonstaat, niet voorziet in verstrekkingen van verpleegzorg. De A-G oordeelt dat een dergelijk recht niet bestaat. Echter, art. 18 EG moet zo worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een wettelijke regeling van een lidstaat die een bij het nationale stelsel van sociale zekerheid tegen het risico van hulpbehoevendheid verzekerde weigert om de kosten te vergoeden van een verblijf in een verpleeghuis in een andere lidstaat, waar hij de verpleging heeft ontvangen die hij nodig had, wanneer deze kosten wel zouden zijn vergoed als de verzekerde was opgenomen in een bij het fonds aangesloten instelling op het grondgebied van de lidstaat…

Verder lezen
Terug naar overzicht