Sign. - Vereffenaars mochten gelegateerde woning verkopen aan een derde


X c.s. zijn vereffenaars in een nalatenschap die volgens een voorlopige boedelbeschrijving negatief is. Tot de nalatenschap behoort onder meer een landhuis met bijgebouwen. X c.s. hebben het huis voor € 1,2 mln. verkocht aan een derde. Omdat op de woning door diverse schuldeisers van de nalatenschap conservatoir beslag is gelegd, verzoeken X c.s. de kantonrechter de beslagen op te heffen. Een van de beslagleggers (Y) voert hiertegen verweer. Volgens Y heeft zij, ingevolge het testament van de erflater, recht op het zakelijk recht van gebruik en bewoning van een van de bijgebouwen. Y maakt er voorts bezwaar tegen dat X c.s. geen overleg met haar hebben gevoerd conform artikel 4:215 lid 2 BW. X c.s. wijzen echter op artikel 4:218 lid 4 BW.
Volgens de kantonrechter is voldoende aannemelijk geworden dat sprake is van een tekort in de nalatenschap. Dat betekent dat de (eventuele) aanspraak van Y – op grond van artikel 4:218 lid 4 BW – wordt omgezet in een geldschuld. Daarvan is sprake als omzetting nodig is voor betaling van de schulden van die nalatenschap, hetgeen naar het oordeel van de kantonrechter het geval is. De schuld van de nalatenschap aan de hypotheekhouder kan immers slechts voldaan worden door verkoop van de onroerende zaak. Bovendien is het aannemelijk dat er sprake is van enige overwaarde waarmee de diverse schulden (te zijner tijd) voldaan kunnen worden. Daar komt tot slot bij dat voldoende aannemelijk is dat de schulden oplopen doordat de kosten ter zake van de…

Terug naar overzicht