Sign. - Verjaring vernietigingsbevoegdheid curator


Een gefailleerde vof exploiteerde in een van appellante gehuurde ruimte een bistro. De Belastingdienst heeft in 2005 bodembeslag gelegd op de inventaris van de vof en een executoriale veiling aangezegd. Met medeweten van de vennoten hebben contacten tussen de Belastingdienst en appellante plaatsgevonden, waarna appellante een bedrag van € 30.000 heeft overgemaakt aan de Belastingdienst. Zij heeft vervolgens met instemming van de Belastingdienst de inventaris van de vof overgenomen. De curator is van oordeel dat deze koop paulianeus is en spreekt appellante in rechte aan. appellante doet een beroep op verjaring. Op grond van art. 3:52 lid 1 aanhef en onder c BW verjaart een rechtsvordering tot vernietiging van een rechtshandeling wegens benadeling door verloop van drie jaren nadat de benadeling is ontdekt. De verjaringstermijn is gaan lopen vanaf het tijdstip waarop de curator met de koopovereenkomst van de inventaris daadwerkelijk bekend is geworden. De stelplicht en de bewijslast van de feiten waaruit deze bekendheid kan worden afgeleid rust op appellante (HR 17 februari 2012, «JOR» 2012/84). Op of omstreeks 15 april 2005 is de oorzaak van de vernietigbaarheid aan de curator ter kennis gekomen en hij kon deze dus vanaf dat moment inroepen. Hierbij is een absolute zekerheid omtrent die feiten niet vereist, een redelijke mate van zekerheid volstaat. Het had de curator op grond van de hem op of omstreeks 15 april 2005 bekende feiten duidelijk moeten zijn dat sprake was van een onderhandse verkoop, waarbij de Belastingdienst als beslaglegger bereid was geweest om na betaling door appellante van een bedrag van € 30.000 het bodembeslag op te heffen. In een dergelijke situatie, waarbij de…

Verder lezen
Terug naar overzicht