Sign. - Verkoop na voortzetting onderneming


De bank mocht de kredietrelatie naar aanleiding van de mededeling van Saniet dat hij zijn bedrijf ging beëindigen met onmiddellijke ingang opzeggen. als gevolg van een en ander kon de bank haar pandrecht uitwinnen. Dat brengt mee dat zij ook een andere wijze van verkoop als bedoeld in art. 3:251 lid 2 BW met Saniet kon overeenkomen. Een dergelijke afwijkende wijze van verkoop (uitverkoop door de Saniet) geldt als executoriale verkoop; daarvoor is dus niet vereist dat de bank de voorraad eerst in vuistpand nam, of dat de kopers niet aan Saniet, maar aan de bank zouden betalen. De opbrengst van die executoriale verkoop kwam zonder meer aan de bank toe. Er is geen sprake van verboden verrekening na schuldoverneming als bedoeld in art. 54 Fw. De bank zou onrechtmatig handelen indien zij zou bewerkstelligen dat bij voortzetting van de onderneming, als alternatieve wijze van executie van haar pandrechten, enerzijds de lusten daarvan geheel aan de bank toekomen, maar anderzijds de lasten daarvan niet worden voldaan. Zij zou zich dan op kosten van de andere schuldeisers bevoordelen. De bank moet er derhalve op toezien dat de kosten van het voortzetten van de onderneming, zoals de huur en de (omzet- en loon-)belasting en andere voorzienbare kosten, tijdens de voortzetting uit de opbrengsten worden voldaan en mag zich niet verschuilen achter de schuldenaar door het aan hem over te laten of hij dergelijke kosten wel of niet voldoet. Bovendien mag het voortzetten van de onderneming niet leiden tot benadeling van de gezamenlijke schuldeisers, in die zin dat zij als gevolg daarvan minder ontvangen dan zij zouden hebben ontvangen indien…

Verder lezen
Terug naar overzicht