Sign. - Verkoop roerende zaak door retentor


Vraag is of geïntimeerde geacht moet worden te hebben verkocht namens de curator als ware de zaak door de curator opgeëist, of als retentor op grond van de afspraak met de curator om onderhands te verkopen. De curator stelt dat de afspraak met geïntimeerde tot verkoop was gemaakt op grond van de fictie dat het dekhuis door hem op grond van art. 60 Fw was opgeëist. Dit standpunt faalt. geïntimeerde heeft bij brief van 20 februari 2007 een beroep gedaan op haar retentierecht. Als een curator aan iemand die zich (mede) op een retentierecht beroept, toestemming tot verkoop geeft, moet hij zich realiseren dat dit als een toestemming ex art. 60 Fw kan worden begrepen. De curator had onder de gegeven omstandigheden moeten begrijpen dat zijn toestemming voor verkoop door de advocaat van geïntimeerde zou kunnen worden begrepen als mede inhoudende toestemming om, indien failliet eigenaar zou zijn, als retentor te verkopen en de koopprijs te verrekenen. gelet hierop had het op de weg van de curator gelegen om duidelijkheid te scheppen over zijn bedoeling dat geïntimeerde namens hem zou verkopen, met als gevolg dat geïntimeerde niet de gehele koopprijs zou kunnen verrekenen, maar slechts een voorrecht op die koopprijs zou hebben. Het niet verschaffen van de vereiste duidelijkheid over de hoedanigheid waarin geïntimeerde geacht zou worden te hebben verkocht als zij geen eigenaar zou blijken te zijn, komt voor rekening van de curator. geïntimeerde heeft redelijkerwijs mogen begrijpen dat de toestemming van de curator om het dekhuis te verkopen mede inhield de toestemming om, als het dekhuis van failliet was, als retentor op een afwijkende wijze als bedoeld in art. 3…

Verder lezen
Terug naar overzicht