Sign. - Verlenen beleggingsdiensten zonder vergunning


In de onderhavige zaak heeft A reeds bij de voorzieningenrechter een voorziening verzocht tegen het besluit waarin hem is bevolen informatie over te leggen op straffe van verbeurte van een dwangsom. Tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter (van 22 juni 2012) heeft A beroep ingesteld bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. Inmiddels heeft de AfM besloten over te gaan tot de invordering van de door A verbeurde dwangsommen. Naar aanleiding van de uitspraak van de voorzieningenrechter in een andere kwestie en het tweede besluit van de AfM, heeft A de voorzieningenrechter verzocht om wijziging van de eerder getroffen voorziening. De voorzieningenrechter overweegt dat hij op grond van art. 8:87 lid 1 Awb ook ambtshalve, een voorlopige voorziening kan opheffen of wijzigen. De voorzieningenrechter overweegt ambtshalve dat hoger beroep tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 juni 2012 is ingesteld bij het College en dat het College nog niet heeft beslist op het hoger beroep. Een verzoek dat strekt tot wijziging van hetgeen is beslist in de uitspraak van 22 juni 2012 moet daarom in beginsel worden ingediend bij het College. Nu tegen uitspraken als bedoeld in art. 8:84 Awb geen rechtsmiddelen openstaan en de voorzieningenrechter van het College bij uitspraak van 4 juli 2012 het verzoek om een voorlopige voorziening hangende hoger beroep heeft afgewezen omdat naar zijn oordeel geen aanleiding bestaat voor doorkruising van het appelverbod, ziet de voorzieningenrechter geen beletselen zich bevoegd te achten kennis te nemen van het onderhavige verzoek om toepassing van art. 8:87 Awb. Voor inwilliging van een verzoek om wijziging van een getroffen voorlopige voorziening of tot het treffen van een voorziening nadat een…

Verder lezen
Terug naar overzicht