Sign. - Verlies op onzakelijke lening niet aftrekbaar (inkomstenbelasting)


De Hoge Raad overweegt dat het arrest van HR 8 mei 2008, nr. 43839 ook van toepassing is op leningen die een natuurlijk persoon aandeelhouder aan zijn vennootschap verstrekt. indien een natuurlijk persoon voor ten minste 5% van het geplaatste kapitaal aandeelhouder is van een vennootschap (een zogenoemde aanmerkelijkbelanghouder), en tevens een lening heeft verstrekt aan deze vennootschap, dan wordt de vordering belast volgens de 'terbeschikkingstellingsregeling'. in deze regeling worden alle voordelen belast onder een winstregime als 'resultaat uit overige werkzaamheden' in box i van de inkomstenbelasting. De Hoge Raad overweegt dat indien de door een aanmerkelijkbelanghouder aan de vennootschap waarin hij een aanmerkelijk belang heeft verstrekte geldlening onzakelijk is en de aanvaarding door de aanmerkelijkbelanghouder van het debiteurenrisico berustte op aandeelhoudersmotieven, een afwaarderingverlies niet ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheden kan worden gebracht. Een kwijtschelding van een onzakelijke geldlening dient als een informele kapitaalstorting te worden aangemerkt, ook indien en voor zover de vordering oninbaar is. Het niet in aanmerking genomen verlies verhoogt de verkrijgingsprijs van de aanmerkelijkbelangaandelen in box ii van de inkomstenbelasting. (HR 25 november 2011, nr. 10/04588)

Verder lezen
Terug naar overzicht