Sign. - Verlies op onzakelijke lening niet aftrekbaar (vennootschapsbelasting)


De Hoge Raad heeft op 25 november 2011 enkele belangwekkende arresten gewezen inzake de zogenoemde onzakelijke lening. De Hoge Raad volgt in deze arresten de lijn van HR 8 mei 2008, nr. 43839 en oordeelt dat als bij een geldlening tussen gelieerde partijen de rente niet is vastgesteld in overeenstemming met het ''at arm's length'' beginsel, voor de fiscale winstberekening zal moeten worden uitgegaan van een rente die wel aan dit criterium voldoet. indien geen niet-winstdelende rente kan worden bepaald waaronder een onafhankelijke derde bereid zou zijn geweest eenzelfde lening te verstrekken aan de met de vennootschap gelieerde partij, onder overigens dezelfde voorwaarden en omstandigheden, is er sprake van een onzakelijke lening. Dit omdat moet worden verondersteld dat bij de verstrekking van de lening door de vennootschap een debiteurenrisico wordt gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. Dit brengt mee dat een eventueel verlies op de geldlening niet op de fiscale winst van de vennootschap in mindering kan worden gebracht. Of een lening onzakelijk is, dient voor de lening als geheel te worden beoordeeld. Verder dient de vraag of sprake is van een onzakelijke lening te worden beoordeeld naar het moment van het aangaan van de lening, met dien verstande dat een zakelijke lening gedurende de looptijd door onzakelijk handelen van de crediteur alsnog onzakelijk kan worden. Wel verhoogt het niet in aanmerking genomen verlies het opgeofferde bedrag van de deelneming, zodat bij liquidatie van de debiteur het verlies als onderdeel van het liquidatieverlies in beginsel alsnog in aanmerking kan worden genomen. Een onzakelijke lening wordt gedurende de looptijd niet fiscaal hergekwalificeerd tot kapitaal. Voor de fiscale winstbepaling dient gedurende…

Verder lezen
Terug naar overzicht