Sign. - Vernietiging, derdenbeslag en schuldeisersverzuim


Van Staalduinen is twee geldsommen (hoofdsom A en B) verschuldigd aan Ammerlaan. Over hoofdsom A loopt contractuele rente vanaf 1991. Hoofdsom B betreft een proceskostenveroordeling. In 1996 legt Barendse ten laste van Ammerlaan conservatoir derdenbeslag onder Van Staalduinen. In 2006 wordt Ammerlaan failliet verklaard. Van Staalduinen betaalt uiteindelijk aan de curator beide hoofdsommen vermeerderd met de (contractuele respectievelijk wettelijke) rente tot aan de datum van beslaglegging (1996). De curator vordert de (contractuele respectievelijk wettelijke) rente over beide hoofdsommen vanaf de datum van beslaglegging tot aan de datum van betaling. Van Staalduinen voert ten aanzien van beide vorderingen een verschillend verweer. Wat betreft de verweren ten aanzien van hoofdsom A oordeelt de Hoge Raad als volgt. Hoofdsom A is in 1996 door Ammerlaan (openbaar) gecedeerd aan Ammerlaan Beheer. Ammerlaan Beheer heeft nooit aanspraak gemaakt op de aan haar gecedeerde vordering op Van Staalduinen. De curator van Ammerlaan heeft de cessie buitengerechtelijk vernietigd op grond van pauliana. Nu de curator zich op het rechtsgevolg van de buitengerechtelijke vernietigingsverklaring beroept moet hij stellen en zo nodig bewijzen dat hij buitengerechtelijk heeft verklaard de cessie te vernietigen en dat (de rechtsopvolger van) Ammerlaan Beheer in de vernietiging heeft berust. Vervolgens ligt het op de weg van Van Staalduinen om het daaruit voortvloeiende vermoeden dat de buitengerechtelijke vernietigingsverklaring rechtsgevolg heeft gehad, te ontzenuwen. Het hof heeft geoordeeld dat Van Staalduinen daarin niet is geslaagd, dat de buitengerechtelijke verklaring van de curator effect heeft gehad en dat de vordering met terugwerkende kracht in het vermogen van Ammerlaan, en dus thans in de boedel valt. Deze oordelen geven geen blijk van een onjuiste…

Verder lezen
Terug naar overzicht