Sign. - Verrekening alimentatie met overbedelingsvordering uit zelfde convenant


Partijen komen in hun echtscheidingsconvenant overeen dat de vrouw in de echtelijke woning blijft. De man krijgt een vordering wegens overbedeling op haar, die hij in hetzelfde convenant cedeert aan hun drie kinderen. Het convenant bevat ook een alimentatiebedrag. De man eist – na verkoop van de woning – het bedrag wegens overbedeling op van de vrouw, daarbij handelend namens het kind waarover alleen hij gezag heeft. De vrouw beroept zich op verrekening met de niet-betaalde alimentatie. Het hof wees dat beroep af. De vrouw gaat met succes in cassatie.
Het uitzonderingskarakter van de in artikel 6:130 lid 1 BW aan de schuldenaar toegekende bevoegdheid brengt mee dat deze slechts kan worden aanvaard als de tegenvordering waarop de schuldenaar zich beroept, voldoende nauw samenhangt met de gecedeerde vordering om doorbreking van de in artikel 6:127 lid 2 BW neergelegde hoofdregel (van identiteit van partijen) te kunnen rechtvaardigen. Het antwoord op de vraag of dit het geval is, moet in beginsel worden gegeven naar de stand van zaken op het moment waarop de cessie op de voet van artikel 3:94 lid 1 BW aan de schuldenaar wordt medegedeeld, tenzij partijen bij de rechtsverhouding waaruit de gecedeerde vordering voortvloeit anders hebben bepaald, of uit hun rechtsverhouding anders voortvloeit. Daarbij moet worden gelet op alle omstandigheden van het geval (HR 21 januari 2000, LJN AA4438).
In het onderhavige geval is de tegenvordering die de vrouw wil verrekenen met de gecedeerde vordering van de man vastgelegd in artikel 4 van het convenant. De vordering van de man uit overbedeling, die bij het convenant op voorhand is gecedeerd aan […

Terug naar overzicht