Sign. - Verrekening na girale betaling en overstapservice


In de onderhavige kwestie speelt de vraag in hoeverre het gebruik van een overstapservice invloed heeft op de bevoegdheid van een bank om tijdens het faillissement van haar cliënt te verrekenen op grond van de regel uit het arrest Mulder q.q./ClBN (HR 17 februari 1995, NJ 1996, 471). Zijn de aan de bank stil verpande vorderingen door debiteuren van failliet voldaan op de oude rekening of de nieuwe rekening? Dit is met name van belang omdat het pandrecht tenietgaat als gevolg van de voldoening van de stil verpande vordering (art. 3:81 lid 2 onder a BW). De rechtbank komt tot het oordeel dat de vorderingen zijn voldaan op de nieuwe rekening. De debiteuren van failliet waren niet op de hoogte van de overstapservice en gingen ervan uit dat hun betalingen zouden worden bijgeschreven op de oude rekening. Echter, op grond van art. 6.1 van de algemene voorwaarden zijn die betalingen zonder bijschrijving op de oude rekening doorgeleid naar de nieuwe rekening. Een betaling komt ingevolge art. 6:114 lid 2 BW tot stand op het moment waarop de rekening van de schuldeiser wordt gecrediteerd. Het gaat daarbij niet enkel om creditering van de oude rekening, vooral nu vaststaat dat de betalingen nimmer op de oude rekening zijn bijgeschreven en dit tot het onwenselijke gevolg zou leiden dat de betalingen niet zijn voltooid. Dat de betalingen door de oude bank moeten worden doorgeleid en dat de oude bank een betaalopdracht moet geven om zo'n betaling over te boeken, leidt niet tot een ander oordeel. De door de debiteuren van failliet gedane betalingen ter zake van de…

Verder lezen
Terug naar overzicht