Sign. - Verrichten van financiële diensten zonder vergunning


Eiser heeft zich beroepen op de uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 5 september 2012 («JOR» 2012/296) en aan de hand daarvan betoogd dat de AfM op grond van art. 5:16 Awb niet de bevoegdheid had van hem te vorderen de vermelde stukken toe te zenden. Dat betoog faalt. Art. 5:16 Awb bevat geen beperkingen in de wijze waarop inlichtingen worden gevorderd, zodat het ook mogelijk is om zakelijke gegevens en bescheiden op te vragen. Uitgangspunt van de toezichtbepalingen is dat de toezichthouder moet kunnen beschikken over de voor de uitoefening van het toezicht naar zijn oordeel noodzakelijke gegevens en bescheiden. De inlichtingenvordering van art. 5:16 Awb behelst een algemene bevoegdheid tot het vorderen van inlichtingen, waarmee ook kopieën van stukken en bescheiden kunnen worden gevorderd. Een redelijke wetsuitleg brengt mee dat het verstrekken van inlichtingen, naast het naar waarheid mondeling of schriftelijk beantwoorden van vragen, ook kan bestaan uit het verstrekken van zakelijke gegevens en bescheiden. Daarmee worden immers ook naar waarheid inlichtingen verstrekt. De uitleg in de uitspraak van 5 september 2012 wordt door de rechtbank niet gevolgd nu die tot gevolg zou hebben dat via de verdergaande en meer belastende inzagebevoegdheid van art. 5:17 Awb door de toezichthouder ter plaatse inzage in de gegevens en bescheiden dient te worden gevorderd ten einde kopieën te maken. gelet op het in art. 5:13 Awb neergelegde evenredigheidsbeginsel valt niet in te zien op grond waarvan de toezichthouder op grond van art. 5:16 Awb niet bevoegd is om kopieën van gegevens en bescheiden te vorderen, maar via de…

Verder lezen
Terug naar overzicht