Sign. - Verruiming van de werkingssfeer van de vrijheid van kapitaalverkeer


In dit vervolg op de eerste fII-uitspraak (C-446/04) heeft het Hof van justitie van de EU een kwestie rondom de afbakening van de Europese vrijheden van vestiging en kapitaalverkeer beslecht. Het Hof van justitie heeft bepaald dat nationaalrechtelijke bepalingen moeten worden onderscheiden in (i) regelingen die alleen van toepassing zijn op participaties waarmee de aandeelhouder een beslissende invloed kan uitoefenen op de vennootschap en (ii) alle overige regelingen. De eerste categorie wordt exclusief bestreken door de vrijheid van vestiging (zonder toepassing op derdelandensituaties) en de tweede categorie valt binnen de reikwijdte van de vrijheid van kapitaalverkeer. In alle situaties uit categorie (ii) kan dus een beroep worden gedaan op de vrijheid van kapitaalverkeer, ook met betrekking tot derde landen, ongeacht of de aandeelhouder in het concrete geval beslissende invloed heeft. opgemerkt dient te worden dat nationaalrechtelijke belemmeringen die al bestonden op 31 december 1993 op grond van de standstillbepaling van art. 64 VwEU niet terzijde geschoven kunnen worden met een beroep op de vrijheid van kapitaalverkeer.
(HvJEU 13 november 2012, nr. C-35/11 (FII 2))

Verder lezen
Terug naar overzicht