Sign. - Verschuldigdheid VUT-bijdrage uit hoofde van AVV-cao


De werkgeefster exploiteert een transportbedrijf en heeft zich aangesloten bij een ondernemings-cao. Aan de werkgeefster is op grond van deze cao ontheffing verleend van de algemeen verbindend verklaarde cao voor het beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen (Arbeidsvoorwaarden-cao). Naast de Arbeidsvoorwaarden-cao is tevens de cao inzake vrijwillig vervroegde uittreding voor het beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen (VUT-cao) afgesloten, welke cao eveneens algemeen verbindend is verklaard. De Stichting is opgericht ter uitvoering van de VUT-cao en heeft van de werkgeefster betaling gevorderd van de VUT-bijdrage over 2004. De werkgeefster heeft zich verweerd met de stelling dat zij niet valt onder de werkingssfeer van de VUT-cao, nu zij is gebonden aan de ondernemings-cao. De kantonrechter heeft de vordering afgewezen. Het hof heeft dat oordeel bekrachtigd.
De Hoge Raad overweegt als volgt. Het oordeel dat de VUT-cao niet van toepassing is, is juist. Als uitgangspunt geldt dat de werkingssfeer van de VUT-cao en de Arbeidsvoorwaarden-cao redelijkerwijs dient samen te vallen. De opmaak van de Arbeidsvoorwaarden-cao bevestigt de uitleg van het hof van de VUT-cao, terwijl de op het woordgebruik gebaseerde argumenten van de Stichting niet van veel gewicht zijn. Het is ook verklaarbaar dat het werkingssfeerartikel nadere voorwaarden stelt aan ondernemingen die een eigen arbeidsvoorwaardenpakket kennen en deze niet stelt aan ondernemingen waarvoor een cao geldt. Een arbeidsvoorwaardenpakket wordt immers zonder bemoeienis van een werknemersorganisatie vastgelegd. Er is bovendien geen sprake van een onaannemelijk rechtsgevolg dat in de weg staat aan deze uitleg…

Verder lezen
Terug naar overzicht