Sign. - Vervangende toestemming voor verhuizing naar Finland


M en V hebben van januari 1998 tot januari 2011 met elkaar samengewoond. Uit die relatie zijn twee (thans nog minderjarige) kinderen geboren, die door M zijn erkend. Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit over de kinderen. M heeft de Nederlandse en V de Finse nationaliteit. De kinderen hebben zowel de Nederlandse als de Finse nationaliteit.
M heeft de woning waarin partijen in gezinsverband samen hebben gewoond verlaten en is bij zijn vriendin gaan wonen. Op 28 september 2011 bepaalde de rechtbank dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij V in Nederland hebben. Daarnaast stelde de rechtbank een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast. Het verzoek van V om vervangende toestemming om met de kinderen naar Finland te verhuizen werd evenwel afgewezen. In hoger beroep verzoekt V het hof haar alsnog die toestemming te verlenen.
Het hof is van oordeel dat alleen al uit het feit dat (1) V tijdens de relatie en na de geboorte van het oudste kind niet (meer) heeft gewerkt en volledig beschikbaar was en is voor de verzorging en opvoeding van de kinderen van partijen en (2) M in die periode 70 à 80 uur per week werkte, kan worden afgeleid dat V het meest betrokken is geweest bij de verzorging en opvoeding van de kinderen tijdens de relatie van partijen. Het zwaartepunt van de verzorging en opvoeding van de kinderen ligt naar het oordeel van het hof nog steeds bij V. De kinderen hebben hun gewone verblijfplaats dan ook bij V. Daarmee is volgens het hof voldoende aannemelijk dat het belang van de kinderen op zichzelf het meest is gediend met voortzetting van hun verblijf…

Terug naar overzicht