Sign. - Verzoek om vervangende toestemming voor verhuizing toegewezen


M en V hebben van 1999 tot 2007 een relatie gehad. Uit die relatie is in 2003 dochter D geboren, over wie partijen gezamenlijk het gezag uitoefenen. D verblijft sinds het uiteengaan van partijen bij V. M is inmiddels gehuwd en vormt met zijn echtgenote en hun twee kinderen een gezin. Partijen hebben in 2009 een convenant tevens ouderschapsplan ondertekend. Daarin zijn zij het volgende overeengekomen:
'1.4 [V] heeft te kennen gegeven dat zij een verhuizing naar een andere plaats dan de regio [A]/[B] overweegt in verband met haar carrière/verder ontwikkeling als (kandidaat)notaris dan wel in verband met andere omstandigheden. Partijen zijn zich ervan bewust dat een verhuizing met medeneming van [D] naar een andere woonplaats naar de huidige stand van jurisprudentie en wetgeving, zonder toestemming van de andere partij of vervangende toestemming van de rechter niet mogelijk is. Voor een verhuizing in de regio [A]/[B] (waaronder partijen verstaan binnen een straal van 10 kilometer van [B] dan wel van [A]) geven partijen elkaar onvoorwaardelijk toestemming. Partijen realiseren zich dat een verhuizing van één van hen gevolgen kan hebben voor de afgesproken verdeling van verzorgings- en opvoedingstaken en dat zij om die reden bij een voorgenomen verhuizing door één van hen (tijdig) vooraf met elkaar in overleg dienen te treden. In geval van een geschil over dit punt, zijn partijen vrij zich tot de rechter te wenden.'
Partijen twisten over de vraag V, gelet op het hiervoor geciteerde artikel 1.4 van het convenant, (vervangende) toestemming van M dan wel…

Terug naar overzicht