Sign. - Voldoende zekerheden voor belastingschuld: deel beslagen opgeheven (Rechtbank Overijssel 28 juni 2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:2625 (publicatiedatum 29 juni 2017))


Volgens de Ontvanger van de Belastingdienst MKB heeft eiser ten onrechte geen inkomsten uit door hem verhandelde vennootschappen opgegeven bij de aangifte IB, terwijl er wel degelijk sprake was van dergelijke inkomsten. De Ontvanger heeft in verband met navorderingsaanslagen conservatoire beslagen laten leggen ten laste van eiser op diverse bankrekeningen en op woning, auto en huisraad. Eiser vordert de opheffing van het gelegde conservatoire beslag op de SNS-bankrekening, op de woning en op de roerende zaken (auto en huisraad). Hij stelt dat het bedrag waarvoor beslag is gelegd de totale waarde van de belastingschuld fors overschrijdt. De vordering wordt toegewezen.

De voorzieningenrechter volgt de Ontvanger niet in zijn stelling dat er geen gronden zijn die nopen tot opheffing van (een deel van) de conservatoire beslagen. Daarbij acht de voorzieningenrechter van belang dat de executoriale derdenbeslagen waarop de Ontvanger doelt zijn meegenomen in de berekening van de openstaande schuld van in totaal € 236.500,-, zodat deze executoriale beslagen geen post vormen waarmee nog geen rekening is gehouden.

Gelet op de door de Ontvanger gehanteerde bedragen, blijkt summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de Ontvanger ingeroepen recht en daarmee van het onnodige van het gelegde beslag blijkt, voor zover dit het bedrag van € 236.500,- te boven gaat. Eiser stelt weliswaar dat de vorderingen die de belastingdienst op hem heeft, nog aanzienlijk lager zijn en dat de beslagen voor een aanzienlijk hoger bedrag doel hebben getroffen.

Eiser heeft ter zitting desgevraagd gemeld dat het beslag op zijn bankrekeningen hem het zwaarst raakt en dat, als hij een voorkeur zou mogen uitspreken voor de volgorde van opheffing van de beslagen…

Verder lezen
Terug naar overzicht