Sign. - Volgens rechtbank had erfgenaam nalatenschap van erflater zuiver aanvaard


X heeft hij in 2007 de uitvaart van zijn overleden buurman geregeld en de woning van de erflater laten ontruimen. Thans wenst X de kosten van de uitvaart op de testamentaire erfgenaam (Y) te verhalen. Weliswaar heeft Y in 2011 de nalatenschap verworpen, maar volgens X heeft Y zich voor die tijd gedragen als zuiver aanvaard hebbende erfgenaam. Zo heeft Y in 2008 diverse spullen van de erflater – waaronder een pinpas – bij X opgehaald. Ook blijkt uit een brief dat de bank waar erflater een rekening had Y aanmerkte als erfgenaam. Hierdoor is X van mening dat de verwerpingsverklaring geen effect heeft (artikel 4:192 BW). Als verweer voert Y onder meer aan dat zij de bank heeft verzocht om inzage te geven in het verloop van de bankrekening van erflater. Y heeft daartoe een formulier moeten invullen. Na verkrijging van de verzochte informatie heeft Y de bank bericht geen erfgenaam te zijn.
De rechtbank kan de hiervoor beschreven gedragingen van Y niet rijmen met haar betoog dat zij in geen geval iets uit de nalatenschap van erflater wenste te hebben. De rechtbank is van oordeel dat voormelde gedragingen in hun volgorde en samenhang bezien – en bij gebreke van enig voorbehoud van de zijde van Y – de conclusie rechtvaardigen dat Y zich daarmee ondubbelzinnig als erfgenaam heeft gedragen en dat daaruit blijkt van de wil tot zuivere aanvaarding van de nalatenschap. Dit betekent dat Y gehouden is om de schulden van de nalatenschap te voldoen. Nu de uitvaartkosten kwalificeren als een schuld van de nalatenschap (artikel 4:7 lid 1 sub b BW), dient Y deze kosten aan X te voldoen…

Terug naar overzicht