Sign. - Volgens rechtbank was standpunt van LBIO inzake notariële akte onjuist


In verband met het einde van hun relatie hebben M en V financiële afspraken vastgelegd in een notariële akte. Wat betreft de kinderalimentatie hebben partijen afgesproken dat M maandelijks € 350 per kind aan V betaalt. V verzoekt de rechtbank te bepalen dat M deze bedragen aan haar is verschuldigd. Volgens V heeft zij er belang bij heeft dat de kinderalimentatie in een beschikking wordt vastgelegd, omdat volgens het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) de notariële akte niet kan worden geëxecuteerd. De rechtbank is het daar niet mee eens.
Volgens de rechtbank is niet in geschil dat de alimentatieafspraak is opgenomen in een authentieke akte. Artikel 430 Rv bepaalt onder meer dat de grossen van in Nederland verleden authentieke akten in Nederland ten uitvoer kunnen worden gelegd. Volgens artikel 50 Wna kan van een door een notaris opgestelde akte een grosse afgegeven worden. Blijkens HR 26 juni 1992 komt aan de grosse van een authentieke akte slechts executoriale kracht toe met betrekking tot op het tijdstip van het verlijden van de akte reeds bestaande en in de akte omschreven vorderingen, alsmede met betrekking tot toekomstige vorderingen die hun onmiddellijke grondslag vinden in een op het tijdstip van het verlijden van de akte reeds bestaande en in de akte omschreven rechtsverhouding.
Als de akte wel betrekking heeft op een of meer vorderingen die aan de hiervoor bedoelde vereisten voldoen, maar niet de grootte van het verschuldigde bedrag vermeldt, is de grosse van de akte niettemin voor tenuitvoerlegging vatbaar indien deze de weg aangeeft langs welke op voor de schuldenaar bindende wijze de grootte van het verschuldigde bedrag kan worden vastgesteld, behoudens de mogelijkheid van tegenbewijs door de schuldenaar. Gelet…

Verder lezen
Terug naar overzicht