Sign. - Volstorting aandelen niet doorkruist door bekrachtiging


Rigging Only BV is opgericht door Paraguas BV op 2 februari 2006. Vraag is of Paraguas destijds de door haar genomen aandelen in het kapitaal van Rigging Only heeft volgestort. Paraguas heeft door medeondertekening van de bankverklaring een deel van het toenmalige saldo van de bankrekening die op naam stond van Rigging Only BV i.o. aangewend/bestemd om te voldoen aan haar verplichting tot betaling van € 18.001 ter volstorting van de aandelen. Op de bankrekening was op 17 januari 2006 door EMl Belgium Productions NV een op 17 januari 2006 door Rigging Only BV i.o. verzonden factuur ad € 36.731,25 voldaan. in de oprichtingsakte is een deel van dit bedrag namens Rigging Only aanvaard als storting op de aandelen. Daarmee zijn de aandelen volgestort, tenzij de aan de factuur van 17 januari 2006 ten grondslag liggende overeenkomst met EMl na oprichting van Rigging Only door Rigging Only is bekrachtigd (vergelijk HR 11 juli 2003 «JOR» 2003/193, (Hermsen q.q./De Bont)). Bekrachtiging in de zin van art. 2:203 lid 1 BW moet plaatsvinden na de oprichting van de BV, dus in dit geval na 2 februari 2006. Er zijn geen feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat Rigging Only na 2 februari 2006 enige overeenkomst heeft bekrachtigd. Dat Rigging Only het ontvangen bedrag niet heeft terugbetaald, vormt geen stilzwijgende bekrachtiging. De opbrengst van de factuur aan EMl vormde dus niet krachtens bekrachtiging onderdeel van het (toekomstige) vermogen van Rigging Only. Daarmee wijkt deze zaak op een cruciaal punt af van de zaak Hermsen q…

Verder lezen
Terug naar overzicht