Sign. - Voorovereenkomst, ontstaan arbeidsovereenkomst, rechtsvermoeden, ketenregeling, loondoorbetaling bij ziekte


De werkneemster sluit met Aviapartner een voorovereenkomst voor het verrichten van werkzaamheden als Medewerker Plus Passage voor de duur van eerst vijf maanden, aansluitend één jaar en achttien maanden en uiteindelijk voor onbepaalde tijd. In die voorovereenkomsten is expliciet opgenomen dat de bedoeling is geen arbeidsovereenkomst te sluiten, dat de werkneemster niet verplicht is zich aan te bieden voor werk, noch om een opdracht persoonlijk te vervullen.
Op 21 juli 2010 meldt de werkneemster zich ziek, waarna Aviapartner tot en met één maand daarna het loon doorbetaald, conform de CAO. Het UWV weigert een Ziektewetuitkering te betalen per 1 september 2010, waarna de werkneemster loon vordert in kort geding. De kantonrechter oordeelt dat op basis van het Groen/Schoevers-criterium (NJ 1997/263) beoordeelt moet worden wat partijen voor ogen stond bij het sluiten van de overeenkomst en hoe zij daar in de praktijk uitvoering aan hebben gegeven. De bedoeling van partijen is duidelijk volgens de kantonrechter, namelijk om geen arbeidsovereenkomst te sluiten. De praktijk maakt dat vooralsnog niet anders. Dat de werkneemster bij ziekte bij de bedrijfsarts werd geroepen, dat met oproepkrachten functioneringsgesprekken werden gevoerd en dat de werkneemster conform haar wensen werd ingeroosterd, is niet voldoende om te maken dat een arbeidsovereenkomst is ontstaan.
Het beroep op het rechtsvermoeden ex art. 7:610a BW helpt de werkneemster niet.

(Ktr. Haarlem 11 januari 2011, LJN BP1388)

(Ktr. Haarlem 11 januari 2011, LJN BP1388)

Verder lezen
Terug naar overzicht