Sign. - Voorwetenschap – concrete informatie


Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitleg van art. 1, punt 1 van Richtlijn 2003/6/EG betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie, en art. 1, lid 1 van Richtlijn 2003/124/EG tot uitvoering van Richtlijn 2003/6 wat de definitie en openbaarmaking van voorwetenschap en de definitie van marktmanipulatie betreft. De definitie van het begrip "voorwetenschap" uit Richtlijn 2003/6 omvat vier essentiële bestanddelen: (1) het betreft informatie die concreet is, (2) deze informatie is niet openbaar gemaakt, (3) de informatie heeft rechtstreeks of middellijk betrekking op een of meer financiële instrumenten of de emittenten ervan, en (4) zou, indien openbaar gemaakt, een aanzienlijke invloed kunnen hebben op de koers van deze financiële instrumenten of van daarvan afgeleide financiële instrumenten. Met zijn prejudiciële vragen verzoekt de verwijzende rechter om verduidelijking van het eerstgenoemde bestanddeel: gaat het om informatie die concreet is. Eerste vraag: Met zijn eerste vraag wil de verwijzende rechter in wezen te vernemen of in het geval van een in de tijd gespreid proces dat erop is gericht een bepaalde situatie of gebeurtenis te doen plaatsvinden, niet alleen deze situatie of gebeurtenis maar ook reeds bestaande of voltooide tussenstappen van dit proces die verband houden met de verwezenlijking van deze situatie of gebeurtenis, concrete informatie kunnen zijn. Deze vraag beantwoordt het hof bevestigend. Tweede vraag: Op de tweede vraag van de verwijzende rechter moet worden geantwoord dat art. 1, lid 1 van Richtlijn 2003/124 aldus moet worden uitgelegd dat het begrip "situatie [...] waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat zij…

Verder lezen
Terug naar overzicht