Sign. - Vordering ex art. 51 lid 1 Fw niet overdraagbaar


De vordering ex art. 51 Fw is een vordering uit onverschuldigde betaling die tot de failliete boedel behoort en waarvan de gefailleerde weliswaar schuldeiser is, maar waarvan de inningsbevoegdheid exclusief aan de curator toekomt. De vordering ex art. 51 lid 1 Fw kan immers slechts ontstaan als gevolg van de uitoefening door de curator van een bevoegdheid die op grond van art. 49 lid 1 Fw exclusief aan hem toekomt en die buiten faillissement niet aan de schuldenaar zelf ten dienste staat. De curator kan een beroep op art. 42 Fw doen, wanneer de gezamenlijke crediteuren in hun verhaalsmogelijkheden zijn benadeeld. Deze vernietiging ingevolge de actio pauliana heeft relatieve werking. Een door de curator ingeroepen vernietiging werkt alleen – zo volgt uit art. 42 Fw – ten opzichte van de boedel. Deze relatieve werking en de voor vernietiging door de wet gestelde eis van benadeling brengen mee dat de vernietiging geen verdere strekking heeft dan dat de rechtsgevolgen van de vernietigde rechtshandeling niet tegenover de boedel kunnen worden ingeroepen voor zover de boedel door die rechtsgevolgen wordt benadeeld. De opbrengst van een door de curator in het belang van de gezamenlijke crediteuren in te stellen rechtsvordering tot vernietiging op de voet van art. 42 Fw valt in de boedel en komt de gezamenlijke schuldeisers ten goede in de vorm van een toename van het overeenkomstig de uitdelingslijst te verdelen boedelactief. De wettelijke opdracht aan de curator tot beheer en vereffening van de failliete boedel brengt mee dat hij ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers de vordering ex art. 51 Fw kan innen en dus ook de voldoening daarvan in rechte kan vorderen. Naar haar aard is deze vordering…

Verder lezen
Terug naar overzicht