Sign. - Vordering uit hoofde van een OBV valt in de huwelijksgemeenschap


Wegens afwezigheid van een uitsluitingsclausule valt de vordering wegens een ouderlijke boedelverdeling in de huwelijksgemeenschap (art. 1:94 BW), ook als dit wellicht niet de bedoeling van erflater was. Het feit dat de omvang van de vordering nog niet is vastgesteld, er geen aangifte erfbelasting is gedaan, de vordering nog niet opeisbaar is en het risico bestaat dat de erfrechtelijke verkrijging op het moment dat deze opeisbaar wordt geheel of gedeeltelijk is verteerd, doet daaraan niets af.

De vordering uit hoofde van een OBV valt in

Terug naar overzicht