Sign. - Vormerkung


Het recht van de koper van een registergoed op onbelaste verkrijging is een persoonlijk recht uit een obligatoire overeenkomst. Art. 7:3 lid 3 BW geeft dat persoonlijk recht een goederenrechtelijk effect: tegen de koper wiens koop is ingeschreven kan onder andere niet worden tegengeworpen een na de inschrijving van die koop tot stand gekomen vervreemding of bezwaring door de verkoper. Doel van art. 7:3 lid 3 BW is bescherming van de koper tegen het risico dat het registergoed dat hij heeft gekocht hem niet (onbelast) wordt geleverd als gevolg van een tweede, latere vervreemding of bezwaring door de verkoper. In het onderhavige geval geniet eiseres deze bescherming. De vraag is, of eiseres van gedaagde (de hypotheekhouder) kan verlangen dat deze meewerkt aan het onbezwaard leveren van het pand aan haar kopers door middel van het afgeven van een verklaring van waardeloosheid. Dit is het geval. Door de wetgever is niet gekozen voor een volledig zakelijke werking van de ingeschreven koop. Het is de bedoeling van de wetgever dat de koper wiens koop is ingeschreven het pand, ofschoon bezwaard, onbezwaard verkrijgt. In casu betekent dit dat de hypotheekhouder zijn hypotheekrecht niet aan eiseres kan tegenwerpen. Indien hij na vervreemding van het pand door eiseres zijn hypotheekrecht wel zou kunnen inroepen tegen de rechtsopvolger onder bijzondere titel, dat zou dit het pand onverkoopbaar maken. In ieder geval zou het bestaande hypotheekrecht de verkoopopbrengst van het pand in voor eiseres nadelige zin beïnvloeden. Van een onbelaste verkrijging van het pand door eiseres – zoals door de wetgever is beoogd – is dan in feite geen sprake meer. Het feit dat…

Verder lezen
Terug naar overzicht