Sign. - Vraag of van arbeidsongeschiktheid sprake is; toetsing
deskundigenoordeel


Werkneemster meldt zich op 23 november 2009 ziek wegens psychische klachten. De bedrijfsarts acht haar na consult op 30 september 2010 per 4 oktober 2010 50% arbeidsgeschikt. Na consult op 22 oktober 2010 acht deze bedrijfsarts werkneemster per 1 november 2010 weer volledig arbeidsgeschikt. Werkneemster meldt zich echter op 25 oktober 2010 volledig arbeidsongeschikt. Na een bezoek aan de bedrijfsarts op 28 oktober 2010 acht deze de werkneemster niettemin per 1 november 2010 volledig arbeidsgeschikt. Daarop vraagt werkneemster een deskundigenoordeel aan bij het UWV. De verzekeringsarts van het UWV oordeelt op 9 november 2010 dat van ziekte geen sprake meer is en werkneemster op 1 november volledig arbeidsgeschikt was. Werkneemster vraagt vervolgens via haar gemachtigde een lsquothird opinion' aan bij een onafhankelijk verzekeringsarts. Deze acht werkneemster in zijn rapportage van 3 december 2010 per 1 november 2010 toch volledig arbeidsongeschikt. Daarbij betrekt hij een brief van de zenuwarts van werkneemster, die melding maakt van de verergering van haar klachten. Werkgever zet niettemin het loon stop per 1 november 2010. De kantonrechter is van oordeel dat dit ten onrechte is. Hij overweegt dat de kern van de zaak is of het deskundigenoordeel van UWV gegeven de omstandigheden van het geval op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. De kantonrechter constateert dat de verzekeringsarts van het UWV heeft nagelaten informatie op te vragen bij de zenuwarts en/ of de huisarts van werkneemster. Volgens de kantonrechter had hij dit mede gelet op de verzekeringsgeneeskundige standaard Onderzoeksmethoden en de standaard Communicatie met behandelaar (zie: www. nvvg.nl) wel behoren te doen. Door dit na te laten heeft de verzekeringsarts van het UWV volgens de…

Verder lezen
Terug naar overzicht