Sign. - Weging van de mening van de minderjarige


Het hof stelt vast dat de minderjarige (13 jaar oud), zowel bij het hof als bij de bijzondere curator, blijk heeft gegeven van eigen en ernstige bezwaren tegen omgang met de vader. Het hof acht de minderjarige in staat zijn eigen mening te vormen. Ook indien de slechte verstandhouding tussen de ouders ten grondslag ligt aan de mening van de minderjarige, doet dat er niet aan af dat de feitelijke situatie momenteel zo is dat er bij de minderjarige geen draagvlak is om contact met zijn vader aan te gaan. De slechte verstandhouding tussen de ouders is een omstandigheid die heling van een gezond ouder(s)-kindsysteem na scheiding wel in de weg staat. Zo is dat ook in dit geval. Met name bij minderjarigen die de leeftijd van 12 jaar en ouder bereiken, blijkt het lastiger bij een verstoorde ouder-kindrelatie vanuit het kind te interveniëren, zonder dat bij de ouders tezamen het besef is gekomen dat hun onderlinge verhouding allereerst verbetering behoeft.
Het hof ziet geen reden over te gaan tot het horen van getuigen, noch tot het gelasten van een nader deskundigenonderzoek. Indien en voor zover de door de vader aangedragen getuigen onder ede al anders zouden verklaren dan zij schriftelijk gedaan hebben, zal dit naar het oordeel van het hof de mening van de minderjarige niet beïnvloeden. Bovendien is het hof van oordeel dat de vader niet voldoende duidelijk heeft gemaakt waartoe de verklaringen van de getuigen zouden moeten leiden. Ten aanzien van het deskundigenonderzoek heeft de vader niet althans onvoldoende concreet aangegeven wat de deskundige moet onderzoeken en waarom hij dat moet onderzoeken. De door het hof benoemde bijzondere…

Terug naar overzicht