Sign. - Weigeren islamitische lerares door katholieke school is
discriminatoir


Verzoekster belijdt het islamitische geloof. Van 2004 tot 2009 heeft zij een opleiding tot leraar in het katholiek primair onderwijs gevolgd. Tijdens deze opleiding heeft zij stage gelopen op verschillende, vooral katholieke, basisscholen. Haar laatste stage heeft zij gelopen bij één van de katholieke basisscholen die onder het gezag van verweerster vallen. Na haar afstuderen heeft verzoekster een open sollicitatie gestuurd naar verweerster voor de functie van invalleerkracht. Over deze sollicitatie is binnen de organisatie van verweerster op verschillende niveaus overleg gevoerd. Uiteindelijk besloot verweerster verzoekster niet aan te nemen. Deze beslissing is als volgt gemotiveerd: lsquoDe reden hiervoor zit hem niet in het gegeven, dat je niet over voldoende kwaliteiten zou beschikken om het invalwerk te verrichten, maar dat de uitgangspunten van onze stichting niet toestaan, dat leerkrachten met een andere dan de christelijke geloofsachtergrond werkzaam zijn op onze scholen.' Verzoekster meent dat zij hiermee is gediscrimineerd en heeft een klacht ingediend bij de CGB. De Commissie overweegt dat uit het voorgaande blijkt dat verweerster verzoekster heeft afgewezen, omdat zij een islamitische achtergrond heeft. Daarmee heeft verweerster direct onderscheid op grond van godsdienst gemaakt. Een dergelijk onderscheid is verboden. Op dit verbod is in art. 5, tweede lid, aanhef en onderdeel c, AWGB evenwel een uitzondering gemaakt voor het bijzonder onderwijs. Om met recht hierop een beroep te doen, dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan:
• er moet sprake zijn van een instelling van bijzonder onderwijs en verweerster dient een consistent beleid te voeren ter handhaving van haar grondslag;
• de onderscheidmakende functie-eisen dienen noodzakelijk te zijn voor de verwezenlijking van haar grondslag…

Verder lezen
Terug naar overzicht