Sign. - Weigering pensioenfonds tot medewerking aan akkoord


Bij een buitengerechtelijk akkoord als het onderhavige, op de totstandkoming waarvan de gewone regels van het verbintenissenrecht van toepassing zijn, staat het een schuldeiser in beginsel vrij het hem door de schuldenaar aangeboden akkoord – dat inhoudt dat hij slechts een (beperkt) deel van zijn vordering betaald krijgt en voor het restant afstand doet van zijn recht op voldoening – te weigeren. Dit kan uitzondering lijden indien de uitoefening van deze bevoegdheid wordt misbruikt (art. 3:13 BW) en de schuldeiser aldus naar redelijkheid aanvaarding van het aanbod niet had kunnen weigeren. Het voorstel van A is ingegeven door het verlangen een faillissement van deze vennootschap te voorkomen. De financiële problemen die tot een faillissement aanleiding zouden kunnen zijn, zijn geheel te wijten aan het feit dat het boegbeeld van A is komen te overlijden. Ook staat vast dat A failliet zal gaan indien het niet tot een akkoord komt. Het Pensioenfonds voert aan dat het in geval van faillissement van A vele malen beter af zal zijn dan wanneer het instemt met het aangeboden akkoord. Het is namelijk zijn ervaring dat het UWV altijd de betalingsverplichting van gefailleerde werkgevers overneemt omdat door het niet betalen van de premie geen pensioenrechten worden opgebouwd ten behoeve van hun werknemers. In een dergelijk geval kan het UWV de betalingsverplichting van de gefailleerde overnemen. Volgens het Pensioenfonds leert de ervaring dat het UWV dat ook zal doen. ter onderbouwing van dit verweer verwijst het Pensioenfonds naar hoofdstuk IV WW, op grond waarvan een betalingsonmachtige werkgever bij het UWV een aanvraag kan indienen voor een uitkering die voorziet in overname van bedragen die de betalingsonmachtige werkgever in verband met de…

Verder lezen
Terug naar overzicht